Indiase onderneming

Financiering van uw bedrijf in India: dit zijn uw opties

 

Heeft u een vestiging in India of overweegt u een dochterbedrijf op te zetten in India? De financiering van uw Indiase onderneming is vaak een heikel punt. Welke strategische opties heeft u en met welke wet- en regelgeving moet u rekening houden?

Financiering van uw bedrijf in India

Startkapitaal
De financieringsopties voor uw Indiase onderneming zijn afhankelijk van de rechtsvorm van uw bedrijf in India. De meest voorkomende rechtsvorm is de Pvt. Ltd. – vergelijkbaar met de Nederlandse BV – ofwel voor 100% eigendom van het Nederlandse moederbedrijf ofwel in een joint venture met een Indiaas bedrijf als mede-eigenaar. Bij de oprichting wordt bepaald met welk kapitaal de onderneming zal starten door het aantal aandelen dat wordt uitgegeven. Het minimum startkapitaal van een onderneming in India is bij wet vastgesteld op 100.000 INR (1 lakh). Veel ondernemingen kiezen ervoor om dit minimum startkapitaal in te leggen, maar het inbrengen van meer kapitaal bij aanvang kan een oplossing bieden voor financieringvraagstukken in de toekomst. Het inbrengen van werkkapitaal in een later stadium is namelijk aan meer regels onderhevig.

Werkkapitaal
Heeft u werkkapitaal nodig in India? Een snelle en eenvoudige manier om werkkapitaal aan te trekken is door geplande export van producten of diensten vooraf te factureren aan het moederbedrijf. De dochteronderneming mag diensten factureren die zij levert of die zij voornemens is in de nabije toekomst te  leveren (voorfacturatie) aan het Nederlandse moederbedrijf. Een voordeel van voorfacturatie is dat het snel de nodige cashflow voor het Indiase bedrijf kan genereren. In het geval van een joint venture met een Indiase partner is financiering middels (voor)facturatie afhankelijk van de afspraken tussen de twee JV partners. 

Lening voor Indiase entiteit
Heeft uw Indiase dochteronderneming kapitaal nodig om in India investeringen te doen? Daarvoor zijn  verschillende opties, maar geen van die  opties is makkelijk, snel of goedkoop. Het dochterbedrijf kan een lening aangaan bij het moederbedrijf in Nederland, maar dit is alleen mogelijk onder een zogenaamde External Commercial Borrowing constructie (ECB). Het aanvragen van een ECB is een bureaucratisch en tijdrovend proces, maar heeft een groot voordeel: de rente op een ECB-lening aan een Indiase partij is gebaseerd op LIBOR + een opslag van maximaal 300 basispunten.

Wilt u externe financiering aantrekken? Bij uw Nederlandse bank kunt u doorgaans niet terecht voor een lening voor uw Indiase bedrijf. Er is wel een tussenoplossing mogelijk waarbij een lening wordt verstrekt door een Indiase bank gebaseerd op garantstellingen van Nederlandse banken, het Nederlandse moederbedrijf en het Dutch Good Growth Fund (DGGF). DGGF is een fonds van de Nederlandse overheid dat het MKB helpt met de financiering van hun activiteiten in opkomende economieën. Dit kan gaan om activa, maar ook om werkkapitaalfinanciering of het voorfinancieren van Indiase toeleveranciers. Hiervoor kunnen MKB-bedrijven een aanvraag indienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Dit kan vanaf 500.000 tot € 10 miljoen euro. DGGF vult private investeringen aan door garanties en directe (co-)financiering met terugbetaalverplichting, zoals leningen en participaties in projecten. Let wel: het betreft hier geen subsidies, maar leningen of garanties tegen een marktconform tarief.

Financieren in India
Bij Indiase banken kunt u ook een lening krijgen, maar de enorm hoge rentetarieven maken deze optie zelden aantrekkelijk of haalbaar. Rentetarieven op krediet van lokale Indiase banken begint bij 10-12% en kan makkelijk oplopen tot boven de 15%. Alleen met een cash deposit als garantie kan in sommige gevallen een lager tarief onderhandeld worden. Behalve de torenhoge rentekosten vragen Indiase banken standaard om onderpand als u een lening wilt aanvragen. Om het papierwerk met de bank te organiseren heeft u een lokale consultant nodig. Daarnaast betaalt u de bank nog een administratiefee van gemiddeld 1%. Bij lokale banken kunt u op deze manier maximaal 1 à 2 miljoen euro aantrekken. Als u meer kapitaal nodig heeft kunt u bij meerdere banken tegelijk aankloppen die als een consortium een lening kunnen verstrekken. Uiteraard maakt dit het verkrijgen van de lening alleen nog maar complexer en duurder. Kortom, lenen bij een Indiase bank is eigenlijk alleen een optie als de geldnood van de Indiase vestiging ontzettend hoog is en er een vrijwel zekere en substantiële return on investment plaats gaat vinden door het aangaan van de lening.

Ontwikkelingsbanken
Welke opties zijn er verder nog? Voor projecten die door de Indiase overheid worden gesteund kunt u terecht bij ontwikkelingsbanken, zoals IFC (Wereldbank) en de Asian Development Bank. Daarnaast kunnen Chinese banken een optie zijn, al stellen deze vaak de voorwaarde dat de lening wordt besteedt aan producten of diensten van Chinese (staats)bedrijven.

Extra aandelen uitgeven 
De derde optie om financiering aan te trekken is het uitgeven van extra aandelen in de Indiase onderneming. Het vergroten van het aandelenkapitaal is een relatief duurzame, formele en geïnstitutionaliseerde manier om het Indiase dochterbedrijf te laten groeien. Bovendien geeft dit richting de buitenwereld een signaal dat de moederonderneming serieus bezig is met het ontwikkelen van de diensten of producten van de dochteronderneming in India. Er kleven twee nadelen aan dit traject. Het uitgeven van nieuwe aandelen is een bureaucratisch en tijdrovend proces en kan dus niet op korte termijn worden geregeld. Bij acute cashflowproblemen biedt dit dus geen soelaas. Een ander mogelijk nadeel van het vergroten van het aandelenkapitaal is dat het eigenaarschap van de onderneming hiermee kan wordt beïnvloed, zeker bij JV’s met Indiase partners.

 

 

 

Geleen toplocatie voor Indiaas chemiebedrijf Technoforce

 

Steeds meer Indiase bedrijven investeren in Nederland. Fabrikant van fysische scheidingsapparaten voor de (chemische) industrie, Technoforce uit Nashik, Maharastra, vestigde zich vijf jaar geleden op de Brightlands Chemelot Campus in Geleen. “Dankzij de Nederlandse vestiging professionaliseert het hele bedrijf,” aldus Ben Bovendeerd directeur van Technoforce in Nederland.

Pilot plant Technoforce (foto: Technoforce)

Pilot plant Technoforce (foto: Technoforce)

De Indiase onderneming Technoforce ontwikkelt en fabriceert scheidingsinstallaties voor de maakindustrie, in Nashik, een stad op zo’n vier uur rijden van Mumbai. “We bouwen enorme industriële machines, soms van wel vier verdiepingen hoog, die allerlei complexe mengsels kunnen scheiden zoals chemicaliën, afvalwater, oliën en vetten,” legt directeur Ben Bovendeerd uit. “Denk bijvoorbeeld aan waterzuiveringsinstallaties waar componenten uit moeten worden gehaald voordat fabrieken het afvalwater mogen lozen.” De klantenkring bestaat onder meer uit grote farmaceutische bedrijven, producenten van (biobased) chemicaliën en de voedingsmiddelenindustrie. “In principe geldt dat waar geproduceerd wordt, er ook gescheiden dient te worden, immers zonder scheiden geen zuivere stoffen.”

In Geleen heeft Technoforce  een Europees Pilot Plant Development Centre. Bovendeerd: “Klanten kloppen bij ons aan voor maatwerk. Aangezien het kapitaalintensieve installaties betreft, van een ton tot enkele miljoenen, is het belangrijk de investeringsrisico’s voor opdrachtgevers te minimaliseren. Optimalisatie en evaluatie in proeffabrieken is cruciaal om een robuuste en economische oplossing te kunnen bieden. In de proefinstallatie worden voldoende testen uitgevoerd, om een betrouwbare opschaling naar industriële productieschaal te kunnen berekenen en een procesontwerp te kunnen maken, waarvoor Technoforce ook een procesgarantie geeft. Vervolgens wordt het eindproduct, een modulaire scheidingsinstallatie compleet met leidingen, instrumenten, pompen, vacuumsystemen en automatisering in Nashik gebouwd.”

Voordat het Indiase bedrijf een vestiging opende in Geleen kreeg het geregeld aanvragen uit Europa, maar die deals ketsten vaak ergens in het proces af. “In onze business moet je kunnen sparren met je klant, producten/chemicaliën uitwisselen en testen uitvoeren,” zegt Bovendeerd. “Dat was door de afstand simpelweg te lastig. Probeer voor een test maar eens een bak met 1.000 kilo afvalwater te exporteren naar India. Dat gaat niet zo maar.”

Directeur Technoforce Nederland Ben Bovendeerd (foto: Technoforce)

Directeur Technoforce Nederland Ben Bovendeerd (foto: Technoforce)

Vijf jaar geleden besloot de directie dat het tijd was voor een pilot plant development centrum in Europa. Het bedrijf koos voor Nederland, onder meer vanwege de goede beheersing van de Engelse taal. Het oog viel al snel op de Brightlands Chemelot Campus vanwege de gunstige ligging (tussen Duitsland en België en drie vliegvelden in de nabije omgeving) en de goede voorzieningen op de campus. Bovendeerd: “Chemelot sluit perfect aan bij onze business, in theorie zou de helft van de bedrijven op Chemelot een klant van ons kunnen zijn.” Ook de overkoepelende milieuvergunning van de campus was een belangrijke reden om voor Chemelot te kiezen. “Het zou veel te duur en tijdrovend zijn geweest om ons testcentrum buiten dit complex op te zetten.”

De Nederlandse vestiging helpt niet alleen om Europese orders binnen te slepen, merkt Bovendeerd, maar leidt ook tot verdere professionalisering van het hele bedrijf. “Door ons hier te vestigen trekken we de hele organisatie omhoog. We voldeden al aan de Europese wetgeving, maar we hebben nu ook allerlei nieuwe certificeringen gehaald. Ook is de ICT verbeterd en hebben we de uitstraling van het bedrijf stevig onder handen genomen. Een internationaal reclamebureau heeft een nieuwe huisstijl ontwikkeld, inclusief een nieuw logo en strakke richtlijnen voor al onze uitingen, waardoor de uitstraling is verbeterd.”

Als Indiaas bedrijf heeft Technoforce soms de schijn tegen, erkent Bovendeerd. “Veel klanten denken dat Indiërs inferieure kwaliteit maken, maar dat is echt achterhaald. Ik spoor mensen altijd aan om in onze werkplaatsen in India te gaan kijken, want dan valt het kwartje wel. Onze fabriek is zwaar geautomatiseerd, met bijvoorbeeld lasrobots en productie-management-systemen. De meesten weten niet wat ze zien. Technologisch kunnen we ons meten met de Europese concurrentie. Dat moet ook wel, want we concurreren niet alleen met hen in Europa, maar in de hele wereld.”