Steeds meer buitenlandse bedrijven produceren in India

 

Dik vier jaar geleden lanceerde de regering Modi de Make in India campagne om buitenlandse maakbedrijven te lokken. Wat heeft het opgeleverd? 

Make-in-India

Atypische economie

De Indiase economie heeft zich de afgelopen dertig jaar atypisch ontwikkeld. Doorgaans ontwikkelen landen eerst de landbouw, dan de maakindustrie en vervolgens de dienstensector, maar India legt die route andersom af. Vanaf het moment dat India in 1991 zijn economie opende voor de buitenwereld, groeide het land uit tot hotspot voor software ontwikkeling en business process outsourcing. Diensten dus. Ondertussen bleef de Indiase landbouw en de maakindustrie ver achter. In het boekjaar 2013-2014 toonde de Indiase maakindustrie zelfs negatieve groei.  

Aantrekkelijk maakland

Voldoende aanleiding voor de Indiase premier om in 2014 een grootschalige Make in India campagne te lanceren met als doel om India om te vormen tot een aantrekkelijk maakland. Met het elimineren van onnodige wet- en regelgeving en allerhande incentives wil India internationale bedrijven aantrekken die in India komen produceren. Doel: werkgelegenheid creëren, met name voor ongeschoolde Indiërs. “I want to tell the people of the whole world: Come, make in India,” zei premier Modi tijdens zijn Onafhankelijkheidstoespraak op 15 augustus 2014. “Come and manufacture in India. Go and sell in any country of the world, but manufacture here. We have skill, talent, discipline and the desire to do something. We want to give the world an opportunity to come make in India.”

Waarom produceren in India

Behalve de hervormingen en incentives die hieronder uitvoeriger worden besproken, laten Indiase ministers en ambtenaren geen gelegenheid onbenut om te benadrukken hoe interessant het is om in India te produceren. Daarbij wijzen ze natuurlijk op de overvloed aan arbeidskrachten die, zelfs vergeleken met China, goedkoop zijn. Ook de jonge beroepsbevolking van India– de gemiddelde leeftijd is 27,6 jaar – die relatief goed is opgeleid en Engels spreekt, geldt als belangrijk argument om buitenlandse maakbedrijven naar India te halen. Ten slotte staat India in tegenstelling tot China bekend om zijn hoogwaardige productie.

Versoepelde FDI-wetgeving

De Make in India-campagne bestrijkt maar liefst 25 sectoren: automotive, luchtvaart, chemicaliën, IT & Business process management (BPM), farmaceutische producten, bouw, defensie-productie, elektrische machines, voedselverwerking, textiel en kleding, havens, leer, media en entertainment, wellness, mijnbouw, toerisme, spoorwegen, automobiel-componenten, hernieuwbare energie, biotechnologie, ruimte, thermische energie, wegen en snelwegen en elektronische systemen. Zo’n beetje alles dus. Buitenlandse investeerdersdie in een van de hierboven genoemde sectoren willen investeren hebben geen toestemming meer nodig van de Reserve Bank of India en/of de Indiase overheid. Dit staat bekend als de automatic routevoor FDI, in tegenstelling tot de approval routewaarvoor specifiek toestemming verkregen moet worden. De automatic routescheelt bedrijven uiteraard een hoop tijd en bureacratische romslomp.

Brede hervormingen

Naast de versoepelde FDI wetgeving heeft de Indiase overheid tal van andere hervormingen doorgevoerd om buitenlandse maakbedrijven naar India te halen, zoals het elimineren van de minimumkapitaalvereiste voor startende bedrijven, de introductie van online portals (zoals eBiz, Sharam Suvidha), kortere en digitale procedures voor het starten van een bedrijf en de introductie van e-visa. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren verschillende wetten aangenomen waarvan vrijwel alle sectoren profiteren. De Goods & Services Tax Billen de Direct Taxes Code Billleiden bijvoorbeeld tot meer transparantie en uniformiteit voor buitenlandse investeerders. Maar de belangrijkste wet in dit opzicht is de Land Acquisition Bill die de tweeledige doelstellingen van sociale rechtvaardigheid en industriële ontwikkeling promoot. 

Incentives

De Indiase overheid maakt het niet alleen makkelijker om in India te produceren, maar ook goedkoper. Hieronder een greep uit de incentives:

  • Sectorspecifieke incentives: Om de productie van elektronica in India te stimuleren, biedt de centrale overheid een subsidie van maximaal 25% voor een periode van 10 jaar.

  • De overheid verstrekt een extra afschrijvingsvergoeding van 15 procent voor productiebedrijven die meer dan 1 miljard roepies (bijna 15 miljoen dollar) in fabrieken en machines investeren.

  • Er zijn verschillende incentives in het kader van de wet op de inkomstenbelasting, onder andere bijvoorbeeld aftrek gelijk aan 30% van de extra lonen betaald aan nieuwe reguliere medewerker in dienst van een bedrijf met meer dan 50 werknemers.

  • Incentives exporteren: In het kader van het buitenlandse handelsbeleid is de export voorzien van verschillende incentives zoals teruggave van douanerechten, regelingen voor kwijtschelding van belasting op inputs die in het exportproduct worden gebruikt, enz.

  • Incentives op deelstaatniveau: elke deelstaat biedt specifieke incentives voor industriële projecten. Sommige van de deelstaten hebben ook een afzonderlijk beleid voor verschillende sectoren en speciale stimuleringspakketten voor megaprojecten.

Resultaten

Het versoepelen van de FDI-regels zorgde ervoor dat India in de periode tussen april 2014 en februari 2018 dik 150 miljard dollar aan FDI (Foreign Direct Investment) zag binnenkomen. Volgens een rapport van zakenbank UBS zal dit de komende vijf jaar oplopen tot 75 miljard dollar per jaar.Deel hiervan betreft investeringen in de Indiase dienstensector, zoals de fusie tussen Vodafone en de Indiase telecomaanbieder Idea en de spraakmakende miljardenovername van e-commerceplatform Flipkart door het Amerikaanse Wallmart. Daarnaast klopten o.a. Ikea en Apple aan de poort om in India te gaan produceren. In de langverwachte eerste Indiase Ikeadie in augustus openging in Hyderabad is 20% van het assortiment in India gemaakt. Ikea zal de lokale productie de komende jaren gestaag opvoeren tot 50%. Apple wil hun nieuwe iPhones in India gaan produceren, maar dan moet de verkoop in Indiawel aanslaan.

Productiehubs 

Onderstaande productiehubs hebben de laatste jaren grote buitenlandse bedrijven aangetrokken:

  • Greater Noida (Uttar Pradesh)

India’s beste autoproductiehub. De locatie en connectiviteit, aan de rand van de hoofdstad New Delhi, heeft grote internationale bedrijven aangetrokken zoals Yamaha, Honda Siel Cars en LG Electronics India.

  •  Nashik (Maharashtra)

Gelegen op ongeveer drie uur rijden ten noordoosten van Mumbai, heeft elektrotechnische en auto-componenten industrieën. Deze locatie is goed verbonden met twee wegen en landingsbanen, maar beschikt niet over een luchthaven.

  •  Manesar (Haryana)

Ongeveer een uur rijden ten zuidwesten van New Delhi. Manesar is een favoriet auto-onderdelen productiecentrum. Het is goed verbonden met wegen en spoorwegen. Er is een hervorming van de infrastructuur aan de gang om productiecapaciteit te vergroten.

  • Hospet (Bangalore)

Gelegen in het zuiden van India op ongeveer vijf uur rijden ten noorden van Bangalore. Hospet is een belangrijk centrum voor de productie van staal en ijzer. De stad heeft recent enorme investeringen aangetrokken die de productiecapaciteit ongetwijfeld zullen vergroten.

  •  Aurangabad (Maharashtra)

Gelegen op ongeveer zes uur rijden ten oosten van Mumbai is de productiehub voor grote farmaceutische bedrijven.

 

Decos exporteert makkelijker naar India dan naar Duitsland

 

Terwijl de innovatieve softwarebouwer Decos nauwelijks voet aan de grond krijgt in onze buurlanden, slaagt het bedrijf uit Noordwijk er wel in om Indiase klanten binnen te halen. CEO Paul Veger: “Geduld in Duitsland is duurder dan in India.”

Kantoor van Decos in India (foto Decos)

Kantoor van Decos in India (foto Decos)

Slimme stap

Paul Veger is een veelgevraagd spreker over innovatie, zelfsturende teams en papierloos werken, maar over India spreekt de CEO van Decos maar zelden. “Jammer,” vindt hij zelf, “want India is misschien wel de slimste stap die het bedrijf ooit genomen heeft.” Veger stuit eind jaren negentig op een probleem waar ook nu veel bedrijven tegenaan lopen: een chronisch tekort aan personeel. “India,” denkt hij als hij op een ochtend wakker wordt. “Misschien moet ik dat eens onderzoeken.”

Dankzij onze Indiase vestiging hebben we nu geen probleem om goed personeel te vinden.

Kantoor in India

De ondernemer besluit in India te gaan kijken. Hij laat naar tevredenheid een proefproject uitvoeren en krijgt collega Roel Noort enthousiast voor het Indiase avontuur. Noort verhuist naar de Indiase stad Pune waar hij het kantoor voor Decos opzet en drie jaar leidt. “We willen liever niet samenwerken met een Indiase tussenpartij,” zegt Veger. “De meeste Indiase bedrijven zijn vrij hiërarchisch, terwijl wij in Noordwijk zonder managers werken. We willen ons eigen bedrijf opzetten zodat we ook onze eigen bedrijfscultuur kunnen creëren. Ook willen we dat onze mensen in India beschikken over fatsoenlijke werkplekken en goede apparatuur – net als bij ons in Noordwijk.”

Paul Veger, CEO Decos (foto: Decos)

Paul Veger, CEO Decos (foto: Decos)

Complete technische teams in India

Na drie jaar draait het kantoor in India op rolletjes, keert Noort huiswaarts en neemt een Indiase directeur de dagelijkse leiding over. Anno 2018 heeft Decos ruim honderd man in dienst in India. Dat zijn niet zo maar simpele codekloppers. “Bij veel projecten zit de technical architecten de technical leadook in India. De product owners, medewerkers die het contact met de klant onderhouden, zitten vaak wel in Nederland. Maar voor Indiase klanten natuurlijk niet. Dan hebben we gewoon Indiase product owners. Dan hebben zij een cultuurvoordeel.”

India als tweede thuismarkt 

Het aantal Indiase klanten neemt sinds twee jaar toe. “Eerder hebben we geprobeerd om onze software oplossingen aan gemeenten in Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk te verkopen, maar dat bleek ontzettend lastig en tijdrovend. De concurrentie is groot en een goed technisch salesteam in die landen kost handenvol geld. In India zitten we toch al, dus daar hoeven we niet extra te investeren om sales te doen. We hebben rustig de markt verkend, relaties gelegd en inmiddels begint de verkoop op stoom te komen.”

Via India krijgen we nu ook orders uit de VS.

Indiase gemeenten helpen digitaliseren

De groei van Decos in India is mede te danken aan het digitaliseringsbeleid van premier Modi, stelt Veger. “India staat bekend om de enorme bureaucratie, maar Modi wil dat het land mee gaat met de tijd. Hij stimuleert digitalisering van de Indiase overheid zeer actief. In Nederland zijn wij marktleider op dat gebied, dus met onze software oplossingen kunnen we Indiase gemeenten echt helpen om een enorme sprong voorwaarts te maken. Wist je dat er drieduizend grote gemeenten zijn in India? Voor ons is India de grootste groeimarkt ter wereld. En, het mooiste is, we hebben nauwelijks serieuze concurrenten in India.”

Kantoor van Decos in India (foto: Decos)

Kantoor van Decos in India (foto: Decos)

Tenders winnen

Hoe doet Decos dat dan, verkopen aan Indiase gemeenten? “Dat loopt allemaal via tenders,” zegt Veger. “Dat is een voordeel, want dat maakt het proces transparant. Zelf kunnen we overigens niet inschrijven op die tenders, want daarvoor gelden stevige criteria, zoals een minimale bedrijfsgrootte en een hoge minimale jaaromzet. Daarom werken we met partners zoals de Japanse multinational NEC en het ERP-systeem IPS. Zij nemen onze producten mee in hun aanbod aan gemeenten.”

Springplank

Die tendertrajecten kunnen best lang duren, erkent Veger. “Verkopen aan de overheid gaat nergens ter wereld snel. Ik houd me vast aan de stelregel dat wanneer klanten er lang over doen om met je in zee te gaan, ze ook langs bij ons blijven. Doordat wij er vroeg bij zijn in India, kunnen we marktleider worden. Bovendien is het land een springplank naar de rest van de wereld. We krijgen nu via India orders binnen uit de Verenigde Staten. Dat is ons vanuit Nederland nooit gelukt.”