bedrijfsoprichting

Met Brabantse vleesvervangers de Indiase markt veroveren

 

Zit India, het land dat befaamd is om zijn verrukkelijke vegetarische keuken, te wachten op vleesvervangers uit het West-Brabantse dorp Giessen? “Jazeker,” zegt Henk Schouten, ceo van Schouten Europe, een van Neerlands grootste producenten van vleesvervangers. “Indiërs schamen zich ervoor wanneer ze vlees eten: wij bieden een guilt free alternatief.” 

Directeur Henk Schouten serveert vegetarische snacks

Directeur Henk Schouten serveert vegetarische snacks

Hij is de eerste die toegeeft dat zijn bedrijf nog geen daverend succes heeft geboekt in India. “We zijn al vijf jaar bezig, maar hebben nog niks geproduceerd en nog niks verkocht,” zegt Schouten met een grijns. “We zijn eerst met een verkeerde partner in zee gegaan. Die wilde ons product eigenlijk liever zelf gaan maken. Hij had contacten bij McDonalds, maar liet me bewust met de verkeerde mensen praten daar. Indiërs zullen niet gauw zeggen dat iets hun verantwoordelijkheid niet is, dus voordat je het weet ben je eindeloos in gesprek met mensen die er niet over gaan. Ik kwam gewoon niet verder.”

Die verkeerde partner kostte hem twee jaar. Maar het lijkt Schouten niet te deren, deze ondernemer heeft vaker tegen de stroom ingeroeid. Toen hij zijn ouders en zeven broers en zussen dertig jaar geleden vertelde dat hij een bedrijf in vleesvervangers ging beginnen werd er hard gelachen. ‘Hoe ga je het bedrijf noemen dan? Schouten Europe? Dan komt er zeker ook een Schouten USA?’ De Schoutens proestten het uit.

Maar inmiddels is er een Schouten USA. Sterker nog, anno 2018 levert Schouten vleesvervangers aan supermarkten, cateraars, hotels en fastfoodketens in ruim veertig landen. Een hele reeks A-merken behoren tot de afnemers. Schouten heeft in totaal, inclusief zusterbedrijf Nutrilab, honderd man in dienst op vestigingen in India, Dubai en de Verenigde Staten. Aan de andere kant van de oceaan levert Schouten aan 13.000 filialen van fastfoodketen Subway. De overige 13.000 Amerikaaanse Subway-filialen volgen de komeden jaren. In Europa is die keten al vijftien jaar een grote klant. Schouten hoopt de ruim 600 Subway-filialen in India binnenkort ook veggie patties - made in India - te kunnen leveren. 

Maar zo ver is het dus nog niet. Na het debacle met de verkeerde partner startte Schouten een nieuwe samenwerking met de gerenommeerde rijstspecialist LT Foods (sinds vorig jaar heeft LT Foods ook een vestiging op de Maasvlakte in Rotterdam). Afgelopen voorjaar werd een MoU getekend in Delhi en momenteel wordt een handmatige productielijn opgezet. Dit najaar volgt een marktonderzoek waarin gezinnen uit Ahmedabad, Delhi en Mumbai de producten van Schouten gaan proeven en beoordelen. “De grote vraag is natuurlijk: vinden Indiërs onze vegetarische kip lekker?”

Henk Schouten tijdens de handelsmissie in mei 2018.

Henk Schouten tijdens de handelsmissie in mei 2018.

Schouten denkt van wel. Bovendien denkt hij in te spelen op de groeiende groep Indiërs die thuis weliswaar vegetarisch of zelfs veganistisch eten, maar in restaurants vlees bestellen. “In India eet je veg of non-veg. Vegetarisch is dus de standaard. Hoewel de vleesconsumptie in India nog altijd laag is, groeit het aantal vleeseters wel. Mensen associëren vlees met welvaart en ze houden van de bite van vlees. Tegelijkertijd schamen veel Indiërs zich ervoor wanneer ze vlees eten: het is in strijd met hun religieuze overtuiging en culturele waarden en normen.” 

Schouten ontwikkelt zelf al zijn producten, waaronder vegetarische braatworsten, schnitzels en notenburgers. De productie wordt doorgaans uitbesteed, maar in India zal de onderneming dit zelf voor zijn rekening nemen. “We willen controle hebben over onze ingrediënten, zodat we constante kwaliteit kunnen leveren tegen een goede prijs. Naast de productielijn in Ahmedabad zetten we daarom ook een commercieel onderzoekslab op, Nutrilab India, om grondstoffen te kunnen testen en analyses te kunnen uitvoeren. Dat wordt een apart bedrijf waar we ook voor andere voedselproducenten testen kunnen uitvoeren. Ook daar is in India veel behoefte aan.”

Even terug naar het marktonderzoek. Indiërs zijn fijnproevers: is Schouten niet bang dat de vraag in India tegenvalt? “Welnee. Bovendien, India is zo groot. Als een klein deel van de bevolking onze producten lekker vindt, dan gaat het al om enorme aantallen.”

 

5 manieren om uw Indiase dochteronderneming te financieren of te voorzien van werkkapitaal

Financiering Indiase onderneming

1. ECB (External Commercial Borrowing) 
Een ECB is vrijwel de enige optie om een lening te vertrekken aan een Indiase dochteronderneming vanuit Nederland. Een ECB is een door de Indiase overheid goedgekeurde leningovereenkomst welke gebruikt kan worden door het Indiase bedrijf voor bijvoorbeeld de aanschaf van goederen of kapitaalgoederen, maar ook voor werkkapitaal of het herfinancieren van bestaande leningen. Rente is op basis van Libor + een opslag. Dit is vele malen goedkoper dan een pure lokale Indiase lening. Daarom maken veel bedrijven gebruik van een ECB. De lokale bank van het Indiase bedrijf speelt een belangrijk rol in het verwerken en aanvragen van een ECB- lening. 

2. Lokale lening bij Indiase bank 
Een lokale lening bij een Indiase bank is vrijwel altijd een optie, maar ook erg duur vanwege de hoge renteniveaus in India. Een regulier bedrijfskrediet kent rentepercentages van 12%, oplopend tot soms wel 20%. Dit kan een paar procentpunten omlaag gebracht worden (naar een minimum van omstreeks 9%) door in Nederland een borgstelling af te geven aan een Nederlandse bank. 

3. Werkkapitaal uit omzet
Een andere optie is het factureren van dienstverlening door de Indiase dochter aan het Nederlands moederbedrijf. Indien aan alle transfer pricing eisen en richtlijnen wordt voldaan is dit een praktische manier om de Indiase dochter te voorzien van het nodige werkkapitaal. Deze constructie wordt vaak gebruikt bij 100% dochterondernemingen die IT of engineering diensten uitvoeren voor het Nederlandse moederbedrijf. 

4. Aandelenkapitaal (bij oprichting en bij extra aandelenuitgifte) 
Bij het oprichten van een dochteronderneming in India moet u goed nadenken over uw kapitaalbehoefte op korte termijn. Het minimum aandelenkapitaal van INR 100k (Euro 1400) voor een Indiase Pvt Ltd wordt vaak te snel gekozen. Het staat de aandeelhouders vrij om het aandelenkapitaal te verhogen om op die manier de nieuwe dochteronderneming direct te kunnen voorzien van het nodige startkapitaal. Dit is ook de makkelijkste en vrijwel goedkoopste optie bij nieuwe ondernemingen. Als alternatief kunnen de aandeelhouders van een Indiase dochteronderneming besluiten tot extra aandelenuitgifte om kapitaal aan te trekken. Bedenk wel dat dit bij een 100% dochter eenvoudiger is dan in een joint venture constructie.

5. Dutch Good Growth Fund (DGGF)
De Nederlandse overheid biedt via het Dutch Good Growth Fund opties voor financiering aan voor dochterbedrijven in India. Hieraan zijn wel strenge eisen verbonden. Meer informatie hierover is te vinden op de website van de RVO.

Hightech Helmonds maakbedrijf produceert nu ook in India

 

De Helmondse machinebouwer kwam eigenlijk bij toeval in India terecht, maar ziet het land nu als belangrijke strategische productielocatie, vertelt directeur Robert Manders. “Onze Indiase fabriek biedt ons concurrentievoordeel op lange termijn.”

Directeur Robert Manders met collega Simran Oberoi op kantoor in India (foto: MTA)

Directeur Robert Manders met collega Simran Oberoi op kantoor in India (foto: MTA)

Ludhiana is het Helmond van India. De hoofdstad van deelstaat Punjab mag dan bijna twee miljoen inwoners tellen, voor Indiase begrippen is dit een provinciestadje. Net als Helmond staat Ludhiana bekend om zijn maakindustrie – van textiel tot hoogwaardige machines. Zo is Ludhiana de grootste fietsenproducent van Azië en worden er allerhande auto- en motoronderdelen gemaakt, onder meer voor Mercedes en BMW. Zo beschouwd is het niet vreemd dat Robert Manders, directeur van de Helmondse mechatronica machinebouwer MTA, in Ludhiana terecht kwam. 

Toch was de keuze voor Ludhiana niet het resultaat van uitvoerig marktonderzoek– het toeval deed zijn werk. Manders: “In 2005 kwam er een Indiër op bezoek bij ons buurbedrijf, met wie we destijds een productielocatie deelden. We raakten aan de praat en hij bleek eigenaar te zijn van een radiateurenfabriek voor de automotive sector. Bij onze buurman wilde hij tweedehands CNC-machines kopen. Al pratend vertelde hij dat hij overcapaciteit had in zijn toolshop. Zo kwamen we op het idee om die capaciteit exclusief voor MTA in te gaan zetten voor het produceren van onderdelen.”

“Dit was beslist geen boerenschuur, maar een serieuze fabriek waar een paar honderd man werkten.”

Een jaar later reist Manders voor het eerst naar India. De eerste paar dagen wordt hij meegenomen naar lokale netwerkborrels, knipt hij lintjes op recepties en komt hij niet eens in de buurt van de Indiase fabriek – laat staan dat hij binnen kan kijken hoe het er daar aan toegaat. Pas na vier dagen en flink aandringen gaan de poorten voor hem open. De sociale aangelegenheden blijken niet bedoeld om iets te verbloemen. Manders: “Voor Westerse standaarden stond er een goed geoutilleerde toolshop met CNC machines van A-merken. Dit was beslist geen boerenschuur, maar een serieuze fabriek waar een paar honderd man werkten.”  

MTA Engineers werken aan een nieuwe machine (foto: MTA)

MTA Engineers werken aan een nieuwe machine (foto: MTA)

De samenwerking komt echter met horten en stoten op gang. Het ontbreekt het Indiase bedrijf aan een goede structuur voor dit soort werkzaamheden en als gevolg van personeelsverloop verdwijnt er voortdurend vakkennis aan Indiase zijde. In 2016 krijgt de samenwerking een nieuwe wending als productiemanager Simran Oberoiontslag neemt bij de Indiase leverancier en zich direct meldt in Helmond. Manders nodigt Oberoi uit voor een werkstage van een jaar in Nederland en gaandeweg ontstaat het idee dat Oberoi een eigen productielocatie voor MTA gaat opzetten en leiden in India. Met advies en ondersteuning van IndiaConnected worden de mogelijke scenario’s in kaart gebracht en het hele traject opgezet en uitgerold. Equipment en processen uit Helmond worden gekopieerd en in april 2018 gaat de Indiase fabriek open.

“De Indiase fabriek biedt de broodnodige extra capaciteit die in Nederland schaars is.”

Manders: “We werken nog steeds samen met onze eerste Indiase leverancier, maar in onze eigen fabriek kunnen we meer hoogwaardige onderdelen produceren. We hebben de productie zelf in de hand en de kennis blijft makkelijker behouden omdat we meer grip hebben op onze medewerkers.” De Indiase fabriek biedt MTA de broodnodige extra verspaningscapaciteit die in Nederland schaars is. “Zeker bij ons in de regio waar giganten als ASML de toelevermarkt domineren is het essentieel om zelf over stabiele en hoogwaardige productiecapaciteit te beschikken op een aantrekkelijk kostenniveau.”

In India worden – net als in Helmond – onderdelen gemaakt voor mechatronische machines en systemen die MTA ontwikkelt en levert aan toonaangevende Original Equipment Manufacturers (OEMs). Toepassingen en afzetmarkten zijn zeer divers, vertelt Manders. “Zo hebben we bijgedragen aan de ontwikkeling van de eerste industriële 3D metaalprinters waarmee 24/7 metalen onderdelen kunnen worden geprint. Ook hebben we equipment ontwikkeld voor een non-stop folie aanvoer aan een krimpfolie verpakkingslijn en momenteel werken we aan een robot voor toepassing in de tomatenteelt.” Het zijn slechts een aantal voorbeelden waarbij MTA naast de ontwikkeling ook de industrialisatie en seriematige bouw van systemen voor haar rekening neemt. Vanuit Helmond én vanuit het Helmond van India.

Wilt u de mogelijkheden verkennen voor een eigen fabriek in India? Neem contact met ons op.