Ondernemen in India

Nederlanders willen heel India elektrisch laten rijden

 

Bedrijven uit de hele wereld kloppen in India op de deur om een bijdrage te leveren aan de bouw van 100 smart cities. “Onderschat de markt niet,” waarschuwt Wybren van der Vaart, oprichter van Asia Electric in Mumbai. “Je hebt hier alleen iets te zoeken als je echt iets te bieden hebt.”

foto: Asia Electric

foto: Asia Electric

Terwijl elektrische auto’s langzaam de Nederlandse snelwegen veroveren zijn er in India nog nauwelijks elektrische wagens te bekennen. Pakweg 3.000 in heel India, schat Wybren van der Vaart, oprichter van Asia Electric. Maar dat gaat gauw veranderen. De introductie van elektrisch vervoer vormt een belangrijk onderdeel van het smart citybeleid van de Indiase overheid: in 2022 wil India 6 à 7 miljoen elektrische voertuigen op de weg hebben. Van der Vaart: “De Indiase autofabrikant Mahindra Electric is nu nog de enige producent van elektrische automodellen in India, maar de andere grote Indiase autobouwers, Maruti Suzuki en Tata Motors lanceren binnenkort ook hun eerste elektrische auto’s. En komend jaar komt Tesla naar India. Dit voorjaar stonden Indiërs in de rij om de nieuwe Tesla Model 3 te bestellen.”

Zodra Tesla naar India komt, zou Asia Electric wel eens een hoge vlucht kunnen nemen. Al die elektrische auto’s moeten namelijk worden opgeladen en Asia Electric is vooralsnog de enige partij in India die slimme laadpalen levert. Van der Vaart: “De paar duizend elektrische auto’s die nu in heel India rondrijden worden opgeladen aan gewone stopcontacten. Daarmee duurt het heel lang voordat een auto is opgeladen. Bovendien kan het gevaarlijk zijn. Ook is het niet mogelijk om makkelijk af te rekenen voor het tanken van stroom. Speciale laadpalen zijn dus essentieel wanneer elektrisch rijden grootschalig wordt uitgerold.”

foto: economic times India

foto: economic times India

Om de elektrische revolutie op de Indiase wegen te faciliteren met een slim laadpalennetwerk, werkt Van der Vaart samen met het Amsterdamse laadpalenbedrijf The New Motion en de Brabantse snellaadspecialist Heliox Automotive. Het collectief wordt ondersteund door de Nederlandse overheid met een Partners for International Business (PIB) subsidie. Deze subsidie is gericht op bedrijven die samen – en eventueel ook samen met kennisinstellingen – een buitenlandse markt willen betreden.

De  steun van de overheid kan Van der Vaart goed gebruiken. “De markt is hier nog onontgonnen. Bij nieuwe technologieën duurt het vaak een tijdje totdat de markt is overtuigd, maar als het dan zo ver is, kan de vraag plots exponentieel toenemen. Door ons nu als first movers goed te positioneren, kunnen we straks een flink marktaandeel veroveren.” Ook de diplomatieke steun van de Nederlandse overheid is zeer welkom. “De laadpalen moeten uiteindelijk langs de wegen komen te staan. Dat betekent dat je zaken moet doen met de Indiase overheid. Daar kan diplomatie bij helpen.”

 

Op zoek naar partners voor een PIB-subsidie? Neem contact op met IndiaConnected.

 

Fabriek in India blijkt gouden greep voor Brabants maakbedrijf

 

In het kader van de Make in India campagne portretteert IndiaConnected Nederlandse bedrijven die produceren in India. In deel 2 van deze serie: Roosen Industries. Dit familiebedrijf produceert hoogwaardige metalen precisieonderdelen in de Indiase stad Kanpur. “Onze fabriek in India heeft onze concurrentiepositie enorm verstevigd” 

In 2003 voerde de destijds 25-jarige Gandert Roosen, zoon van oprichter Harry, een SWOT-analyse uit voor het Brabantse familiebedrijf Roosen Industries. Wat bleek? De producent en leverancier van technisch hoogwaardige metalen halffabricaten en eindproducten kon steeds moeilijker aan voldoende goede vakmensen komen in Nederland en België en zag de loonkosten daardoor flink oplopen. “Een serieuze bedreiging,” constateerde Gandert Roosen, die zijn vader in 2012 opvolgde als directeur. “Ik kreeg de opdracht om te onderzoeken of we werk zouden kunnen uitbesteden. Destijds was China het beloofde land, maar we kozen uiteindelijk toch voor India. De taal, de democratie, het opleidingsniveau en een oude, betrouwbare Indiase handelsrelatie die ons kon helpen, gaven de doorslag.”

In eerste instantie testte Roosen of de productie in India kon worden uitbesteed, maar al gauw bleek de communicatie moeizaam en de kwaliteit onder de maat. “We leveren aan multinationals in de medische, automobiel en nucleaire industrie, dus kwaliteit is voor ons cruciaal. Daarom besloten we om zelf een fabriek te bouwen in India.”

Samen met zijn Indiase zakenpartner, zette Roosen een joint venture op en werd begonnen met de bouw van een fabriek in Kanpur, een noordelijke industriestad aan de Ganges. “In 2006 begonnen we met het werven van personeel. Dat bleek niet zo moeilijk: in Kanpur is de beste technische universiteit van het land gevestigd. Bovendien is er veel minder concurrentie dan in het zuiden, waar veel (internationale) bedrijven op zoek zijn geschoold personeel. Terwijl de fabriek werd ingericht met machines uit Japan, leiden we onze nieuwe Indiase medewerkers op in Nederland. In januari 2007 ging de productie van start.”

Zoals zo vaak vormden cultuurverschillen in het begin het grootste struikelblok. “India is ontzettend hiërarchisch. Zo hadden we bijvoorbeeld een medewerker uit een hogere kaste die niemand durfde tegen te spreken, terwijl anderen het beter wisten. Het heeft ons anderhalf jaar geduurd om die hiërarchie op de werkvloer te doorbreken en een bedrijfscultuur te creëren waarbij iedereen zelfstandig nadenkt en op basis van zijn eigen vakkennis beslissingen neemt. Als er dan een keer iets fout gaat, moet je dat dan ook niet afstraffen. Fouten mogen gemaakt worden. Sinds die knop om is, loopt het als een tierelier.”

Na vier jaar draaide Roosens Indiase vestiging, waar 40% van de halffabrikaten worden gemaakt, break even. Nu is het de snelst groeiende divisie van het bedrijf. “20% van de omzet komt uit India en naar verwachting groeit dat door naar 30 à 40%. De lagere loonkosten en een overvloed aan hoogopgeleid personeel – onze voornaamste redenen om naar India te gaan – zorgen ervoor dat we gemiddeld ruim 20% goedkoper kunnen produceren en we opdrachten sneller kunnen uitvoeren omdat we extra capaciteit hebben. Onze concurrentiepositie is daardoor enorm verstevigd.” 

Plannen voor een fabriek in India? We helpen u graag op weg!

 

Nederlandse architect maakt naam in India

 

Architecture BRIO werd vorig jaar uitgeroepen tot één van de 50 invloedrijkste namen in de Indiase architectuur en designwereld. Het bureau werd in 2006 opgericht door de Nederlandse architect Robert Verrijt en zijn Indiase vrouw Shefali Balwani. Het succes kwam hen niet aanwaaien. “Je moet geloofwaardigheid opbouwen.”

House on a Stream in Alibag, India. Ontworpen door ArchitectureBrio

House on a Stream in Alibag, India. Ontworpen door ArchitectureBrio

“De eerste vraag die potentiële opdrachtgevers stellen is wat je al eerder hebt gedaan in India,” zegt Robert Verrijt over de telefoon vanuit het kantoor van Architecture BRIO in Mumbai. “Al heb je honderd geweldige gebouwen neergezet in Nederland, zo lang je niks in India hebt gebouwd, maak je weinig kans. Klanten willen weten of je genoeg contacten hebt met lokale bouwers, aannemers en vaklui. In India wordt er nog veel geïmproviseerd tijdens de bouw. Als je kwaliteit wilt moet je daar als architect bovenop zitten.”

Maar hoe kom je als Nederlandse architect dan toch aan je eerste opdracht? “Via vrienden van vrienden van vrienden van familie van Shefali,” lacht Verrijt, een geboren Eindhovenaar die Bouwkunde studeerde aan de TU Delft. “Na 4 maanden kregen we de opdracht om een clubhuis te bouwen bij een appartmentencomplex. Een plek voor feesten en partijen met een fitnesscentrum en een zwembad.” Daarna volgde al snel een grotere klus. Magic Bus, een stichting die even buiten Mumbai kampen organiseert voor stadskinderen, vroeg het stel om een masterplan te bedenken voor de uitbreiding van hun campus. Ook deze opdracht kwam via het netwerk van Verrijts vrouw – tijdens haar studententijd werkte ze voor Magic Bus. Verrijt: “Shefali’s netwerk was cruciaal in onze beginperiode.” Zelf werkte Verrijt aan de uitbreiding van zijn netwerk door onder meer les te geven op de KRVIA School of Architecture en aan de Balwant Sheth School of Architecture.

Behalve een goed netwerk, heb je als beginnend architect in India een lange adem nodig, stelt Verrijt. Ook financieel. “In de architectuur wordt je per fase betaald. En er kunnen allerlei redenen zijn waardoor een project in een bepaalde fase blijft hangen. Dat kan in India lang duren, soms wel jaren. Financieel hebben we het de eerste jaren erg zwaar gehad. Door de overheadkosten laag te houden en verschillende projecten tegelijkertijd te draaien, hebben we gelukkig ons hoofd boven water kunnen houden.

Robert Verrijt wint award voor 'House of the Year 2014' in India. 

Robert Verrijt wint award voor 'House of the Year 2014' in India. 

Inmiddels gaat het uitstekend met Architecture BRIO. Verrijt en Balwani hebben zes jonge Indiase architecten in dienst, het bureau werd in 2014 door het Indiase vakblad Architectural Digest uitgeroepen tot een van de 50 invloedrijkste namen in de Indiase architectuur en designwereld en één van hun projecten ontving in 2013 de prestigieuze Indiase House of the Year Award. Verrijt: “Nu onze eerste gebouwen zijn opgeleverd, ons werk in magazines is gepubliceerd en we enkele prijzen hebben gewonnen, weten steeds meer mensen ons te vinden.”

Behalve voor projectontwikkelaars en private partijen werkt Verrijt ook voor overheidsinstellingen. Vier jaar geleden won Architecture BRIO een tender voor het Biodiversity Training Institute in de noordelijke deelstaat Sikkim. In dezelfde deelstaat ontwierpen Verrijt en zijn collega’s van fUSE Studio een vlinderpark, inclusief bezoekers- en onderzoekscentrum. “Bij sommige tenders willen Indiase overheden expliciet niet met internationale bureaus werken, omdat ze denken dat die duurder zijn en de communicatie stroef loopt als gevolg van de afstand. In dit geval bleek tijdens een aftastend telefoongesprek dat ze juist wel openstonden voor partijen met internationale kennis en ervaring. Door persoonlijk contact te leggen, kan je er snel achterkomen of het zin heeft om mee te doen aan een tender of niet.”  

Hoewel India een bouwexplosie doormaakt is het voor buitenlandse architecten en bouwbedrijven niet eenvoudig om daarvan te profiteren. Verrijt: “Bij 90% van alles wat er wordt gebouwd draait het om volume. De kosten moeten zo laag mogelijk blijven, de marges zijn klein. Nederlandse architectenbureaus die geen kantoor in India hebben, kunnen alleen zakendoen als ze samenwerken met een Indiase partij die hun concept hier met lagere kosten kan uitwerken.” 

Op zoek naar een architect in India? Neem contact op met Robert via www.architecturebrio.com. Voor alle andere vragen over ondernemen in India, neem contact op met IndiaConnected!