Landbouw in India zit te springen om Nederlandse kennis en technologie

 

India is de op één na grootste voedselproducent ter wereld, maar pakweg 35% van die productie gaat verloren door een gebrek aan kennis en technologie. In Nederland zijn beide ruimschoots voorhanden, dus waar wachten we nog op?

Boer in India

Enorme berg voedsel

Terwijl de Indiase IT-industrie zich kan meten met de rest van de wereld, loopt de Indiase landbouw nog mijlenver achter bij moderne productiestandaarden. Ondanks het gebrek aan kennis en technologie produceert India op traditionele wijze een enorme berg voedsel. Alleen China produceert meer. Pakweg 60% van de Indiërs, ruim 700 miljoen mensen, werken dan ook in de landbouw. Het merendeel hiervan zijn boeren met een klein stuk grond  - grootschalige landbouw is er nauwelijks. 

Meer dan rijst

De voornaamste landbouwproducten in India zijn rijst, katoen, gember, kardemom en tarwe. Dankzij de enorme variatie in klimaatzones – subtropisch, tropisch, gematigd, droog – zijn er ruimschoots mogelijkheden om allerhande groenten en fruit te verbouwen, zowel voor de Indiase markt als voor de export. In West-India worden bijvoorbeeld op grote schaal druivenverbouwd die in Nederland in de supermarkt liggen. In de Himalaya worden veel appelsgeteeld, voornamelijk voor de interne markt. India biedt bovendien teeltgebieden met een goede bodemkwaliteit en voldoende toegang tot water. 

Gematigd klimaat

Het Deccan-plateau – de grote regio die Pune, Nashik, Hyderabad, Bangalore, Coimbatore en Kholapur verbindt – biedt een groot landbouwareaal met een gematigd klimaat. Het Deccan-plateau heeft een redelijk consistent klimaat met gematigde temperaturen. De minimum nachttemperatuur is 16°C in de winter en de normale maximale temperatuur ligt op 30°C, met uitzondering van april en mei wanneer de temperaturen 's nachts minimaal 22-23°C en maximaal 35-38°C zijn. Het klimaat in het noorden van het land, in de voetheuvels van de Himalaya, heeft een enigszins seizoensgebonden karakter. Hier is sprake van diverse microklimaten.

Aardappels

Het noorden van Maharashtra, Gujarat, Madhya Pradesh, Upper Pradesh, Orissa en Bihar, alle lage landen zijn erg warm van maart tot september met moesson van half juni tot eind augustus.Rajasthan is voornamelijk een woestijnklimaat met hoge temperaturen van maart tot oktober; het noorden heeft relatief koude winters (boven 0°C). Punjab heeft hete zomers en koude winters. Aardappelteelt(Indiërs zijn niet alleen rijsteters, maar ook zeer fervente aardappeleters) vindt hier plaats van november tot mei.Kodaikanal en Ooty (Tamil Nadu) bieden een gunstig klimaat voor koffie, thee, groente- en bloemenkwekers. Kerala in het oosten heeft de bergketen Western Ghats, die aansluit op de bergketen Kodaikanal, met als middelpunt Munnar. Hier wordt voornamelijk thee verbouwd.

OB-PS011_iagri0_G_20110919093917.jpg

“Westerse” groenten

Himachal Pradesh in het noorden van het land biedt een gelijksoortig klimaat. Boeren in deze regio willen de klimatologische en bodemomstandigheden optimaal benutten en verbouwen allerhande “Westerse” groenten zoals asperges, broccoli, sla, gekleurde paprika’s, selderij, spruitjes, Europese wortel, peterselie, prei en peultjes. Een aanzienlijk gebied in de deelstaat teelt al groenten die van Europese oorsprong zijn.De noordelijke deelstaten liggen echter in heuvelachtige gebied, waardoor logistiek vaak een uitdaging is.Tamil Nadu en Andhra Pradesh bestaan voornamelijk uit tropische droge gebieden, op zo’n 300 meter boven zeeniveau. Van juni tot september wordt hier volop gekweekt, daarna is de regen vaak te grillig. De voornaamste productie betreft rijst, bananen, kokosnoot, gember en kardemom. Kerala heeft ook een groot vochtig kustgebied waar voldoende water beschikbaar is.

In het schema hieronder vindt u een overzicht van de verschillende groenten en waar deze verbouwd worden in India:

Product Jaarlijkse output (‘000 metric ton) Regio Voordelen van de regio
Tomaten 20,708 (2016-2017) Andhra Pradesh, Madhya Pradesh, Karnataka, Gujarat, Odisha, West Bengal, Chhattisgarh, Maharashtra, Bihar, Haryana, Uttar Pradesh, Telangana and Tamil Nadu. Geschikte (leem)grond, juiste PH-waarde, steun door de overheid
Bloemkool 8,557 (2016-2017) Uttar Pradesh, Karnataka, West Bengal, Punjab, Bihar, de noordelijke Himalayas en in de Nilgiri Hills in het zuiden. Bloemkool groeit doorgaans in het koude seizoen (18 tot 20°C. Goede bodemvruchtbaarheid.
Broccoli 8.6 (2014) Maharashtra, Tapi district Geschikte leemgronden, juiste PH waarden, temperaturen tussen de 18°C en 23°C.
Komkommer 1,142 (2016-2017) Haryana, Karnataka, Madhya Pradesh, Tamil Nadu, Andhra Pradesh, Telangana, Assam, Uttar Pradesh, Bihar, Jammu en Kashmir. Goede bodem, geschikt klimaat (gematigd tot warm).
Kool 8,807 (2016-2017) Uttar Pradesh, Orissa, Bihar, Assam, West Bengal, Maharashtra en Karnataka. Geschikt klimaat (koel en vochtig) In de winter rondom Nashik (Maharashtra) en Ooty (Tamil Nadu) en Kerala.

Traditionele teelt

De teelt in Inda is vaak nog erg traditioneel. Er zijn nauwelijks kassen van glas: er wordt doorgaans gebruik gemaakt van kassenfolie om gewassen te beschermen. Toch heeft India wel vooruitgang geboekt met betrekking tot teeltaspecten en het gebruik van folie-, schaduw- en netkassen. Ook de toeleveringsindustrie heeft zich ontwikkeld en apparatuur en voorzieningen (kassen en andere vereisten voor de teelt) worden vaak in India zelf vervaardigd. De inkomsten uit de productie zijn echter bescheiden waardoor telers geen grote investeringen in de teeltproductie doen. Toch groeit de belangstelling in technologie, zoals fertigatie (fertilisatie en irrigatie), automatisering, substraatgroei, semi-automatische klimaatregeling, moderne teelttechnieken, gegevensregistratie etc.

Landbouw in India

 Agtech

Volgens onderzoekers van de Tamil Nadu Agriculture University gooit India elk jaar voor miljarden euro’s aan verse groenten en fruit weg - ongeveer 35% tot 40% van de totale groente en fruitproductie. Dit is het gevolg van een gebrek aan goede oogstmethoden, geen of gebrekkig transport, slechte of geen koelopslagfaciliteiten en/of gekoeld transport.Hoewel India een van de grootste producenten van groenten en fruit is, wordt het exportpotentieel niet gerealiseerd. Agtech gericht op het rationaliseren van toeleveringsketens en het verbeteren van de landbouwefficiëntie in India heeft een potentieel van naar schatting 170 miljard US dollar.

Kwaliteit

Dankzij de groeiende aandacht voor een gezonde levensstijl neemt de vraag naar kwalitatief hoogwaardige producten in India toe. Ook de vraag naar biologische producten groeit sterk. Volgens een rapport van Assocham en EY groeit de biologische voedingssector in India met 25 procent per jaar tot een marktomvang van ruim 1,2 miljard euro in 2020. Officieel heeft India het hoogste aantal boeren dat actief is in de biologische landbouw (835 duizend), maar het land is goed voor minder dan 1 procent van de wereldwijde biologische productie (met een waarde van circa 80 miljarde euro). In termen van het totale areaal onder biologische teelt, staat India op de 9e positie met 1,49 miljoen hectare. De biologische sector in India is echter niet gereguleerd en niet transparant. 

Online food retail

De vraag naar hoogwaardige en biologische producten wordt aangewakkerd door de jonge bevolking, hun groeiend besteedbare inkomen en de trend om uit eten te gaan. De restaurantindustrie is booming en de interesse in buitenlandse keukens en producten enorm. Daarnaast is de online food retail enorm in ontwikkeling in India, mede dankzij veranderde wetgeving voor buitenlandse partijen. Eerder dit jaar kreeg Amazon.com toestemming van de Indiase overheid om lokale producten en verpakte voedingsmiddelen aan te bieden via online en offline platforms. Amazon concurreert met toonaangevende Indiase supermarkten zoals Lulu en Godrej Nature's Basketen online food retailers zoals GrofersBigBasket en Supr Daily.

 

 

 

Hightech Helmonds maakbedrijf produceert nu ook in India

 

De Helmondse machinebouwer kwam eigenlijk bij toeval in India terecht, maar ziet het land nu als belangrijke strategische productielocatie, vertelt directeur Robert Manders. “Onze Indiase fabriek biedt ons concurrentievoordeel op lange termijn.”

 Directeur Robert Manders met collega Simran Oberoi op kantoor in India (foto: MTA)

Directeur Robert Manders met collega Simran Oberoi op kantoor in India (foto: MTA)

Ludhiana is het Helmond van India. De hoofdstad van deelstaat Punjab mag dan bijna twee miljoen inwoners tellen, voor Indiase begrippen is dit een provinciestadje. Net als Helmond staat Ludhiana bekend om zijn maakindustrie – van textiel tot hoogwaardige machines. Zo is Ludhiana de grootste fietsenproducent van Azië en worden er allerhande auto- en motoronderdelen gemaakt, onder meer voor Mercedes en BMW. Zo beschouwd is het niet vreemd dat Robert Manders, directeur van de Helmondse mechatronica machinebouwer MTA, in Ludhiana terecht kwam. 

Toch was de keuze voor Ludhiana niet het resultaat van uitvoerig marktonderzoek– het toeval deed zijn werk. Manders: “In 2005 kwam er een Indiër op bezoek bij ons buurbedrijf, met wie we destijds een productielocatie deelden. We raakten aan de praat en hij bleek eigenaar te zijn van een radiateurenfabriek voor de automotive sector. Bij onze buurman wilde hij tweedehands CNC-machines kopen. Al pratend vertelde hij dat hij overcapaciteit had in zijn toolshop. Zo kwamen we op het idee om die capaciteit exclusief voor MTA in te gaan zetten voor het produceren van onderdelen.”

“Dit was beslist geen boerenschuur, maar een serieuze fabriek waar een paar honderd man werkten.”

Een jaar later reist Manders voor het eerst naar India. De eerste paar dagen wordt hij meegenomen naar lokale netwerkborrels, knipt hij lintjes op recepties en komt hij niet eens in de buurt van de Indiase fabriek – laat staan dat hij binnen kan kijken hoe het er daar aan toegaat. Pas na vier dagen en flink aandringen gaan de poorten voor hem open. De sociale aangelegenheden blijken niet bedoeld om iets te verbloemen. Manders: “Voor Westerse standaarden stond er een goed geoutilleerde toolshop met CNC machines van A-merken. Dit was beslist geen boerenschuur, maar een serieuze fabriek waar een paar honderd man werkten.”  

 MTA Engineers werken aan een nieuwe machine (foto: MTA)

MTA Engineers werken aan een nieuwe machine (foto: MTA)

De samenwerking komt echter met horten en stoten op gang. Het ontbreekt het Indiase bedrijf aan een goede structuur voor dit soort werkzaamheden en als gevolg van personeelsverloop verdwijnt er voortdurend vakkennis aan Indiase zijde. In 2016 krijgt de samenwerking een nieuwe wending als productiemanager Simran Oberoiontslag neemt bij de Indiase leverancier en zich direct meldt in Helmond. Manders nodigt Oberoi uit voor een werkstage van een jaar in Nederland en gaandeweg ontstaat het idee dat Oberoi een eigen productielocatie voor MTA gaat opzetten en leiden in India. Met advies en ondersteuning van IndiaConnected worden de mogelijke scenario’s in kaart gebracht en het hele traject opgezet en uitgerold. Equipment en processen uit Helmond worden gekopieerd en in april 2018 gaat de Indiase fabriek open.

“De Indiase fabriek biedt de broodnodige extra capaciteit die in Nederland schaars is.”

Manders: “We werken nog steeds samen met onze eerste Indiase leverancier, maar in onze eigen fabriek kunnen we meer hoogwaardige onderdelen produceren. We hebben de productie zelf in de hand en de kennis blijft makkelijker behouden omdat we meer grip hebben op onze medewerkers.” De Indiase fabriek biedt MTA de broodnodige extra verspaningscapaciteit die in Nederland schaars is. “Zeker bij ons in de regio waar giganten als ASML de toelevermarkt domineren is het essentieel om zelf over stabiele en hoogwaardige productiecapaciteit te beschikken op een aantrekkelijk kostenniveau.”

In India worden – net als in Helmond – onderdelen gemaakt voor mechatronische machines en systemen die MTA ontwikkelt en levert aan toonaangevende Original Equipment Manufacturers (OEMs). Toepassingen en afzetmarkten zijn zeer divers, vertelt Manders. “Zo hebben we bijgedragen aan de ontwikkeling van de eerste industriële 3D metaalprinters waarmee 24/7 metalen onderdelen kunnen worden geprint. Ook hebben we equipment ontwikkeld voor een non-stop folie aanvoer aan een krimpfolie verpakkingslijn en momenteel werken we aan een robot voor toepassing in de tomatenteelt.” Het zijn slechts een aantal voorbeelden waarbij MTA naast de ontwikkeling ook de industrialisatie en seriematige bouw van systemen voor haar rekening neemt. Vanuit Helmond én vanuit het Helmond van India.

Wilt u de mogelijkheden verkennen voor een eigen fabriek in India? Neem contact met ons op.

 

Nederlandse VN-Chef: "Kom met doordacht en schaalbaar plan naar India"

 

Nederlandse cleantech bedrijven maken alleen kans in India met een doordachte strategie en een schaalbare aanpak, stelt René van Berkel, vertegenwoordiger van de United Nations Industrial Development Organization (UNIDO) in New Delhi. “Je moet de ambitie hebben om in een twintigtal Indiase miljoensteden het verschil te maken.”

 Foto: CII

Foto: CII

Veel buitenlandse bedrijven komen met een gedateerd plan naar India, vindt Van Berkel. “Bedrijven komen nog steeds met het idee om hoogwaardige apparatuur, gemaakt in en voor specificities van het eigen land, kant en klaar te verkopen. Maak het thuis, plaats het in een container en verscheep naar India, lijkt nog vaak het devies. Maar daar is India helemaal niet in geïnteresseerd. Standaard buitenlandse technologie is vrijwel altijd veel te duur en de machines voldoen doorgaans niet aan de specifieke behoeften in India. Met zo’n instelling kan je nooit opschalen in India.” Hij noemt een Japanse fabrikant van micro-waterkrachtturbines als voorbeeld. “Er zitten gewoon te veel toeters en bellen aan. Voor een fractie van de prijs kan je in India een turbine maken die mogelijk wat minder efficient is maar waarschijnlijk beter functioneert in de lokale omstandigheden. Alleen daarmee kan je schaal creëren.”

Produceren in India
Hoe moet het dan wel? “Wie echt op de Indiase markt mee wilt doen doet er goed aan een lokale onderneming op te zetten die lokaal produceert, verkoopt en after sales onderhoud verzorgd. Zoek een Indiase partner die daarvoor is uitgerust en met wie je samen vele malen meer kunt verkopen tegen een betaalbare prijs dan alleen.Spring over je eigen schaduw heen.Je zal echt de diepte in moeten om hier te slagen. De uitdagingen zijn immers immens: voor 2030 verdubbelt de stedelijke infrastructuur. Aan één waterzuiveringsinstallatie hebben ze hier dus weinig. Je moet de ambitie hebben om bijvoorbeeld in een twintigtal Indiase miljoensteden het verschil te maken.” 

Ingrijpende stap
Cleantechbedrijven zouden volgens Van Berkel een voorbeeld moeten nemen aan elektronicafabrikanten en de auto-industrie. “Toyota verkoopt hier modellen die in India en voor India gemaakt worden.” Mercedes doet hetzelfde. De UNIDO-vertegenwoordiger heeft wel een verklaring voor het verschil met deze sectoren. “Milieutechnologiebedrijven zijn doorgaans midden- en kleinbedrijven. Voor hen is het best een ingrijpende stap om samen met een Indiase partner te produceren en verkopen in India.” 

Razendsnelle groei zonne-energie
Toch zou het mooi zijn als ze die stap gaan nemen, want er liggen veel kansen in India. “Net als in China kan het in India ook plots snel gaan. India is een grootse campagne gestart om de Ganges schoon te krijgen, er worden miljoenen toiletten gebouwd, de zonne-energieparken schieten uit de grond (van 0.9 GW in 2014 tot 20 GW in 2017, met een verwachte vervijfvoudiging voor 2022) en er zijn forse investeringspakketten om smart cities – leefbare steden – te realiseren. Daarnaast is er de noodzaak om de sterk vervuilde lucht aan te pakken.” 

Rene van Berkel spreekt over het belang van de circulaire economie op de Jaarlijkse Conferentie van de Indian National Association of the Club of Rome 2017.

Maatwerk
Van Berkel kan het weten. UNIDO in India adviseert en ondersteunt de Indiase regering op het gebied van ‘inclusive and sustainable industrial development’. Van Berkel leidt een team van circa veertig man die door heel India projecten uitvoeren met een waarde van in totaal 80 miljoen dollar. Technische samenwerkingen, pilot projecten, capaciteitstrainingen enzovoorts. “We hebben bijvoorbeeld een geïntegreerde aanpak ontwikkeld voor het verwerken van ziekenhuisafval in vijf deelstaten. Dat is echt een maatwerkoplossing geworden. De technologie daarvoor wordt geleverd door een Oostenrijks bedrijf.” Van Berkel zou het mooi vinden als Nederlandse topinstituten zoals bijvoorbeeld het RIVM, de KNMI en Wageningen Universiteit de handen ineen zouden slaan om mee te denken over een strategie om de luchtkwaliteit echt te verbeteren. “Op het gebied van kennisoverdracht kunnen Nederlandse kennisinstellingen een belangrijke bijdrage leveren in India.”