Geleen toplocatie voor Indiaas chemiebedrijf Technoforce

 

Steeds meer Indiase bedrijven investeren in Nederland. Fabrikant van fysische scheidingsapparaten voor de (chemische) industrie, Technoforce uit Nashik, Maharastra, vestigde zich vijf jaar geleden op de Brightlands Chemelot Campus in Geleen. “Dankzij de Nederlandse vestiging professionaliseert het hele bedrijf,” aldus Ben Bovendeerd directeur van Technoforce in Nederland.

 Pilot plant Technoforce (foto: Technoforce)

Pilot plant Technoforce (foto: Technoforce)

De Indiase onderneming Technoforce ontwikkelt en fabriceert scheidingsinstallaties voor de maakindustrie, in Nashik, een stad op zo’n vier uur rijden van Mumbai. “We bouwen enorme industriële machines, soms van wel vier verdiepingen hoog, die allerlei complexe mengsels kunnen scheiden zoals chemicaliën, afvalwater, oliën en vetten,” legt directeur Ben Bovendeerd uit. “Denk bijvoorbeeld aan waterzuiveringsinstallaties waar componenten uit moeten worden gehaald voordat fabrieken het afvalwater mogen lozen.” De klantenkring bestaat onder meer uit grote farmaceutische bedrijven, producenten van (biobased) chemicaliën en de voedingsmiddelenindustrie. “In principe geldt dat waar geproduceerd wordt, er ook gescheiden dient te worden, immers zonder scheiden geen zuivere stoffen.”

In Geleen heeft Technoforce  een Europees Pilot Plant Development Centre. Bovendeerd: “Klanten kloppen bij ons aan voor maatwerk. Aangezien het kapitaalintensieve installaties betreft, van een ton tot enkele miljoenen, is het belangrijk de investeringsrisico’s voor opdrachtgevers te minimaliseren. Optimalisatie en evaluatie in proeffabrieken is cruciaal om een robuuste en economische oplossing te kunnen bieden. In de proefinstallatie worden voldoende testen uitgevoerd, om een betrouwbare opschaling naar industriële productieschaal te kunnen berekenen en een procesontwerp te kunnen maken, waarvoor Technoforce ook een procesgarantie geeft. Vervolgens wordt het eindproduct, een modulaire scheidingsinstallatie compleet met leidingen, instrumenten, pompen, vacuumsystemen en automatisering in Nashik gebouwd.”

Voordat het Indiase bedrijf een vestiging opende in Geleen kreeg het geregeld aanvragen uit Europa, maar die deals ketsten vaak ergens in het proces af. “In onze business moet je kunnen sparren met je klant, producten/chemicaliën uitwisselen en testen uitvoeren,” zegt Bovendeerd. “Dat was door de afstand simpelweg te lastig. Probeer voor een test maar eens een bak met 1.000 kilo afvalwater te exporteren naar India. Dat gaat niet zo maar.”

 Directeur Technoforce Nederland Ben Bovendeerd (foto: Technoforce)

Directeur Technoforce Nederland Ben Bovendeerd (foto: Technoforce)

Vijf jaar geleden besloot de directie dat het tijd was voor een pilot plant development centrum in Europa. Het bedrijf koos voor Nederland, onder meer vanwege de goede beheersing van de Engelse taal. Het oog viel al snel op de Brightlands Chemelot Campus vanwege de gunstige ligging (tussen Duitsland en België en drie vliegvelden in de nabije omgeving) en de goede voorzieningen op de campus. Bovendeerd: “Chemelot sluit perfect aan bij onze business, in theorie zou de helft van de bedrijven op Chemelot een klant van ons kunnen zijn.” Ook de overkoepelende milieuvergunning van de campus was een belangrijke reden om voor Chemelot te kiezen. “Het zou veel te duur en tijdrovend zijn geweest om ons testcentrum buiten dit complex op te zetten.”

De Nederlandse vestiging helpt niet alleen om Europese orders binnen te slepen, merkt Bovendeerd, maar leidt ook tot verdere professionalisering van het hele bedrijf. “Door ons hier te vestigen trekken we de hele organisatie omhoog. We voldeden al aan de Europese wetgeving, maar we hebben nu ook allerlei nieuwe certificeringen gehaald. Ook is de ICT verbeterd en hebben we de uitstraling van het bedrijf stevig onder handen genomen. Een internationaal reclamebureau heeft een nieuwe huisstijl ontwikkeld, inclusief een nieuw logo en strakke richtlijnen voor al onze uitingen, waardoor de uitstraling is verbeterd.”

Als Indiaas bedrijf heeft Technoforce soms de schijn tegen, erkent Bovendeerd. “Veel klanten denken dat Indiërs inferieure kwaliteit maken, maar dat is echt achterhaald. Ik spoor mensen altijd aan om in onze werkplaatsen in India te gaan kijken, want dan valt het kwartje wel. Onze fabriek is zwaar geautomatiseerd, met bijvoorbeeld lasrobots en productie-management-systemen. De meesten weten niet wat ze zien. Technologisch kunnen we ons meten met de Europese concurrentie. Dat moet ook wel, want we concurreren niet alleen met hen in Europa, maar in de hele wereld.”

 

Humor is tovermiddel in samenwerking met Indiërs

 

De Indiase druiventeler Eurofruits levert al tien jaar druiven aan Albert Heijn, dit voorjaar maar liefst een half miljoen kilo. De Indiase oprichter Nitin Agrawal, die vrijwel maandelijks in Nederland komt, houdt van de informele, Nederlandse manier van zakendoen. “Ieder gesprek met Hollanders begint met een grap.”

Shock
Nadat de Indiase druiventeler Eurofruits begin jaren 90 voet aan de grond had gekregen in Groot-Brittannië, maakte het bedrijf de sprong naar Nederland. In 1995 landde Nitin Agrawal voor het eerst op Schiphol. Het was laat op de avond, hij kende niemand en had geen idee waar hij naartoe moest. Op Schiphol stuurden ze hem naar een hotel op het Damrak, en voor hij het wist liep hij met zijn vrouw door het Red Light District. “Ik wist niet wat ik zag. We waren in shock, ja, zelfs een beetje bang.”

Familiesfeer
Zo’n twintig jaar later moet Agrawal er nog altijd hard om lachen. Inmiddels komt hij vrijwel maandelijks in Nederland waar hij nauw samenwerkt met de Nederlandse fruitimporteur en -exporteur Timerfruits. Een van de oprichters van Timerfruits, Eric Brückner, ontmoette Agrawal tijdens zijn allereerste bezoek in 1995. “We konden het direct goed met elkaar vinden,” herinnert Agrawal zich. “Eric werkte destijds voor een klein bedrijf met een mooie familiesfeer. Daar voelde ik me comfortabel bij. Wel moest ik hem overtuigen dat we in India goede druiven hadden.”

Supermodern
Laat dat maar aan Agrawal over. In de Indiase druiven- en wijnregio Nashik, zo’n 200 kilometer ten noorden van Mumbai, stampte hij in 1993 supermoderne faciliteiten uit de grond naar voorbeeld van de faciliteiten die hij in Groot-Brittanië had gezien. “Toen mensen van Albert Heijn hier voor het eerst kwam kijken, wisten ze niet wat ze zagen,” lacht hij. “Veel mensen hebben nog altijd een eenzijdig beeld van India. Ze zijn verbaasd dat we hier gewoon de modernste productie-, verwerkings- en opslaginstallaties hebben staan. Voor ons is dat natuurlijk cruciaal: anders hadden we nooit contracten gekregen van grote internationale klanten zoals Albert Heijn, Carrefour en Marks&Spencers.”

Humor en geduld
Hoewel Agrawal vaak ziet dat de samenwerking tussen Indiase en Nederlandse bedrijven stroef verloopt, werkt hij juist heel prettig samen met Nederlanders. “Natuurlijk zijn onze culturen totaal verschillend. India is een andere planeet, niet te vergelijken met Nederland. Daarom moet je de tijd nemen om elkaar te begrijpen. Als je daarvoor geen geduld hebt, gaat het mis. Daarnaast is humor cruciaal. Nederlanders zijn er een meester in om met een grapje het ijs te breken. De informele, open sfeer die daardoor ontstaat waarderen Indiërs doorgaans enorm. Dat humor een tovermiddel is bij het zakendoen, dat heb ik echt van jullie geleerd.”

Het barst van de kansen in de agri/food sector in India. Zelf gaan kijken? Reis mee met Amsterdam Trade in november