Brabants ingenieursbureau vindt broodnodig personeel in India

 

Wie technisch personeel tekort komt, is in India aan het juiste adres. Ingenieursbureau Van Boxsel richtte al in 2004 haar eigen vestiging in India op en plukt daar nu de vruchten van.

 Eigenaar Willem van Boxsel (foto: Van Boxsel)

Eigenaar Willem van Boxsel (foto: Van Boxsel)

Kennis in huis houden

Bedrijven die op projectbasis werken of actief zijn in een zeer conjunctuurgevoelige markt hebben allemaal hetzelfde probleem: ze hebben altijd te veel of te weinig goede mensen om het werk uit te voeren. “Flexibele krachten hebben niet dezelfde commitment als vaste mensen,” zegt Willem van Boxsel, eigenaar van ingenieursbureau Van Boxsel uit Oosterhout. “Outsourcen doe je ook liever niet, want je wilt de kennis in huis houden.” 

Vestiging in India

Op zoek naar de perfecte oplossing, komt Van Boxsel in 2004 in India terecht, waar hij besluit een eigen vesting op te zetten. Via een Nederlands architectenbureau dat in Delhi dan al een vestiging heeft, vindt Van Boxsel snel personeel. “Binnen een paar maanden waren we operationeel en een jaar later liep de Indiase afdeling gesmeerd.” Ondertussen richtte de ondernemer zijn eigen Indiase private limitedop, het equivalent van de Nederlandse BV. Zodra dat geregeld was, traden zijn Indiase medewerkers in dienst van Van Boxsel Engineering Pvt Ltd in Delhi. 

Indiase zakencultuur

Om hun Indiase personeel in te werken, stuurt Van Boxsel een medewerker naar Delhi. Die medewerker, Bob van Gils, gaat aanvankelijk voor een jaar naar hoofdstad New Delhi, maar woont en werkt daar inmiddels nog steeds. “Van Gils is getrouwd met een Indiase vrouw en het ziet er niet naar uit dat hij nog terug naar Nederland komt,” vertelt Van Boxsel. Goed voor de zaak is het ook. “Met dank aan zijn vrouw hebben we de Indiase zakencultuur beter leren begrijpen.”

Tekenwerk in India

Hoe werkt dat dan, met zo’n club ingenieurs aan de andere kant van de wereld? “Ontwerpen op afstand is niet handig,” vertelt Van Boxsel. “In de ontwerpfase wil je alle betrokken partijen bij elkaar om de tafel hebben. Maar daarna kunnen tekeningen prima worden uitgewerkt in India. Ook rekenwerk kan daar worden verricht. In totaal wordt 80% van ons werk nú in Nederland uitgevoerd en 20% in India.”

Klanten in India 

Aanvankelijk voert het Indiase kantoor van Van Boxsel alleen tekenwerk uit voor Nederlandse klanten, maar wanneer de crisis inslaat, begint Van Boxel zich ook te oriënteren op de Indiase markt. “Eerst probeerden we te concurreren met lokale ingenieursbureaus, maar dat was gedoemd te mislukken. In die markt konden we ons niet onderscheiden. In India wordt er waanzinnig veel gebouwd, maar bouwers hebben grote moeite om gebouwen op tijd op te leveren. Er zijn ook veel onafgebouwde gebouwen. Omdat we veel ervaring hebben met prefab betonbouw – waarmee je makkelijker kunt plannen, de kosten beter kunt beheren en minder mensen nodig hebt – besloten we om deze bouwmethode actief te gaan promoten in India” (hieronder een van de projecten van Van Boxsel in Bangalore).

Verkopen in India

Dat blijkt een schot in de roos: plots gaat de telefoon op het Indiase kantoor rinkelen. “In het begin wilden potentiele klanten vooral gratis advies. Dat doe je een paar keer, maar toen  we merkten dat daar niks uitkwam zijn we haalbaarheidsstudies gaan verkopen aan projectontwikkelaars. Daar zijn vervolgvragen uit voortgekomen en inmiddels hebben we verschillende gebouwen neergezet in India. 50% van onze totale omzet van onze Indiase vestiging komt tegenwoordig uit India.”

Nieuwe afzetmarkt

Van Boxsel zette de stap naar India om zijn personeelstekort op te lossen, maar heeft in dat land nu dus ook een nieuwe afzetmarkt aangeboord. “Tijdens de crisis voerden we in India geen werk meer uit voor Nederlandse klanten, maar wel voor klanten uit de VS, Groot-Brittanië, Ierland, Australië en Nieuw-Zeeland. Inmiddels gaat er wel weer Nederlands werk naar India.”

Ruim tweeduizend Indiase CV’s per maand

Van Boxsel heeft nu twintig man in dienst in Nederland en twintig in India. En als de vraag groeit kan het bedrijf makkelijk opschalen. “Onze capaciteit is feitelijk oneindig,” zegt Van Boxsel. Maandelijks krijgen we tweehonderd Indiase cv’s opgestuurd – en dat zonder te adverteren! Als we mensen nodig hebben, pikken we de beste 5 CV’s van afgelopen maand eruit en gaan we met hen in gesprek.”

Bedrijfscultuur

Van Boxsel streeft ernaar om de Nederlandse bedrijfscultuur zoveel mogelijk over te brengen in India. “Onlangs hebben we gevierd dat een collega van ons 12,5 jaar in dienst is. Voor India is dat vrij uniek. Anderzijds hebben we ook last van personeelsverloop. Indiërs houden ervan om alle opties open te houden. Wat we doen om mensen te behouden? Het belangrijkste is om vertrouwen uit te stralen: op tijd betalen en iedereen goed behandelen. Laatst kreeg een medewerker in zijn eerste week een ongeluk. Hij vreesde voor zijn baan. Maar natuurlijk ontslaan we zo iemand niet. Het hele team ziet hoe we zo iemand steunen en goed behandelen. Dat schept vertrouwen.”