Indiase ambassadeur biedt Nederlands bedrijfsleven hulp aan

 

De nieuwe Indiase ambassadeur in Nederland, Venu Rajamony, zet zich nadrukkelijk in om het Nederlands bedrijfsleven in India op weg te helpen. Volgens Rajamony is dat niet alleen van belang voor India. “Nederlandse bedrijven kunnen het zich niet veroorloven om India te negeren.”

 De medewerkers van de Indiase ambassade in Den Haag (foto: Indian Embassy)

De medewerkers van de Indiase ambassade in Den Haag (foto: Indian Embassy)

De nieuwe Indiase ambassadeur in Nederland, Venu Rajamony, heeft nog niet stil gezeten tijdens zijn eerste drie maanden in Nederland. Zijn nieuwe baan in Den Haag kende een vliegende start met het lang verwachte staatsbezoek van de Indiase premier Narendra Modi in juni. Eind augustus verwelkomde Rajamony de Indiase minister van Food Processing, Harsimrat Badal en in september wachten weer twee inkomende Indiase handelsdelegaties.

Het bevorderen van handel en het aantrekken van Nederlandse investeerders vormt Rajamony’s voornaamste missie in Nederland. “De diplomatieke relatie tussen India en Nederland is goed. Ook op economisch terrein gebeurt er al heel wat, maar gezien het enorme potentieel kan er nog veel meer gebeuren.” Rajamony benadrukt dat beide landen daar belang bij hebben. “Natuurlijk kan India de Nederlandse expertise op het gebied van bijvoorbeeld landbouw, water en afval heel goed gebruiken, maar tegelijkertijd kunnen Nederlandse bedrijven het zich niet veroorloven om India te negeren. Wij zijn de snelst groeiende grote economie ter wereld met een jonge bevolking en een groeiende middenklasse.”

Waar ik Nederlandse bedrijven kan helpen, probeer ik dat.
 Ondertekening MoU tijdens het bezoek van premier Modi aan Nederland (foto: Indian Embassy)

Ondertekening MoU tijdens het bezoek van premier Modi aan Nederland (foto: Indian Embassy)

De Indiase ambassadeur is vastbesloten om het Nederlands bedrijfsleven te assisteren bij hun marktentree en groei in India. Zo hebben de Nederlandse topmanagers die in juni aanschoven bij het overleg tussen Rutte en Modi inmiddels allemaal een uitnodiging ontvangen voor een persoonlijke kennismaking. Terwijl hij de bedrijven opnoemt (Boskalis, Philips, Rabobank, Rijk Zwaan, Vopak…), grijpt Rajamony plots naar zijn telefoon. “Ik bedenk me nu dat ik namens een Nederlands bedrijf – laat ik hun naam maar niet noemen – nog een verzoek zou doen in Delhi. Waar ik kan helpen, probeer ik dat.”

Dat aanbod geldt niet alleen voor bedrijven die al actief zijn in India en op een barrière stuiten, maar zeker ook voor nieuwkomers. “We helpen bedrijven graag in de richting van goede Indiase partners en versimpelen het bureaucratische proces bij hun marktentree zoveel mogelijk.” Voor bedrijven die opdrachten van de Indiase overheid willen binnenslepen heeft Rajamony een paar adviezen. “Om kans te maken helpt het wanneer Nederlandse partijen samenwerken met een Indiase partner. Daarnaast vergroten bedrijven hun kansen als ze een deel van hun technologie in India produceren, daarvoor Indiase grondstoffen gebruiken en Indiaas personeel inhuren. Dat sluit niet alleen aan bij verschillende overheidsdoelstellingen, maar drukt ook hun kostprijs. Nederlandse bedrijven moeten beseffen dat India een uiterst competitieve markt is waar bedrijven uit de hele wereld zich inschrijven op tenders.” 

Kijk naar Nederlandse bedrijven die al lang in India actief zijn: zij doen allemaal goede zaken.

Verder raadt Rajamony bedrijven aan om zich niet te snel te laten ontmoedigen. “Kijk naar Nederlandse bedrijven die al lang in India actief zijn. Natuurlijk hebben zij in het begin ook obstakels moeten overwinnen, maar nu doen ze allemaal goede zaken. Competitieve Nederlandse bedrijven die India nu betreden zullen op lange termijn ook profiteren van de enorme markt, de snel groeiende middenklasse en de overvloed aan jonge, gekwalificeerde mensen.”

Bovendien zit de Indiase overheid ondertussen niet stil, benadrukt de ambassadeur. “Met onder meer Make in India, Digital India, Invest India en 100 Smart Cities bewegen we in de juiste richting. De groei van India onderscheidt zich duidelijk van China: onze economische groei wordt gedragen door binnenlandse consumptie, niet door export. Daardoor is de groei van India toekomstbestendig: we zijn minder afhankelijk van de wereldeconomie.”

 Ambassadeur Venu Rajamony (foto: Indian Embassy)

Ambassadeur Venu Rajamony (foto: Indian Embassy)

Persoonlijk

Venu Rajamony (56) begon zijn loopbaan in 1983 als rechtbankverslaggever bij het Indiase dagblad The Indian Express. Na drie jaar verruilde hij de journalistiek voor het Indiase Ministerie van Buitenlandse Zaken. Als diplomaat werkte hij onder meer in Washington, Beijing (Rajamony spreekt vloeiend Mandarijn), Dubai en Genève. Tot deze zomer werkte hij als woordvoerder van de Indiase president Mukherjee. Rajamony woont in het Indian House in Wassenaar samen met zijn vrouw. Rajamony heeft twee volwassen zoons: de oudste werkt in New York, de jongste studeert in Delhi.